Reisbegeleider Myrthe vertelt over de High Scardus Trail
Myrthe beschrijft in dit artikel de trekdagen van de High Scardus Trail in Albanië. Een reis vol natural highs: de euforie bovenop de Korab-top, de eerste knapperige hap burek (hartig gevuld bladerdeeg, een must-try), de plons in een ijskoud bergmeer…
Gloeiende schenen in glooiende graslanden

Na een ‘massagerit’ door een slingerende kloof staan we opeens op de hooglanden van de Scardus. Vanaf hier trekken we zes dagen over oude karavaanroutes en geitenpaadjes; door de glooiende graslanden en langs de hoekige bergtoppen die onverstoord in het grensgebied van Albanië, Kosovo en Noord-Macedonië liggen. In de stille dorpjes op de route worden we omarmd door gastvrijheid. First stop: Cajë
Dag 1: Een eerste kennismaking met de Albanese Alpen
Ons hoog(s)tepunt van vandaag is de top van de Kallebak (2.174m). Daarna begeleiden gids Mirjeta en ik de groep naar het dorpje Cajë. Roestige daken staan verspreid over de bergflanken, houten schuurtjes staan krom tussen het hoge gras van vergeten moestuinen. Sinds er wegen naar dit dorp leiden, weten steeds meer mensen de weg ervandaan te nemen.
Gelukkig gaan de zaken onverminderd door bij het kleine winkeltje aan de helderblauwe rivier. Er staan grootverpakkingen rijst, pasta en meel, schoonmaakmiddelen, veel pakken koek en chips, en een koelkast met drankjes. Fruit, groente en melkproducten worden niet verkocht. Dat komt van eigen land en hand.
We zitten een tijdje in de schaduw met ons drankje, horen het geritsel van het schaduwrijke bladerdak boven ons, de stroming van de rivier en de gepassioneerde gesprekken van de dorpelingen naast ons op het terras. Aan de overkant van de rivier staat de gerenoveerde boerderij van Ardian en zijn familie. Ze hebben er verse soep en burek voor ons klaarstaan.
We vinden langzaamaan onze matrassen in de verschillende kamers van onze gastfamilie en ervaren de niet geheel warme of gestroomlijnde douche. Uit de keuken klinkt geroezemoes, muziek en het gekletter van pannen. De kinderen trappen een bal rond op het erf, hun opa kijkt vanaf de bank op de veranda uit over alle bedrijvigheid.
Dag 2: Zwieren over paden en dansvloeren in Radomirë

Het versgemaakte ontbijt staat klaar en de zon straalt ons goedlachs toe. We zweten vanaf halfnegen onze weg omhoog, richting de bergkam vanwaar we ons letterlijke hoogtepunt van de reis alvast zien liggen: de Korabi (2.674 m). Vanaf de bergkam dalen we af naar de eindbestemming van onze tweede trekdag, Radomirë.

Terwijl de heuvels en bergen oneindig in elkaar over blijven gaan, passeren we herders met hun kuddes en stappen even aan de kant voor ruiters met grote blikken melk. We kijken een tijdje naar een zwevende adelaar met onze verrekijkers en we picknicken tussen de met bloemen overwoekerde bunkers.

In Radomirë worden we onthaald door onze gastheer Bill. Terwijl we de eerste slokken van onze koude drankjes nemen op het terras, nodigt hij ons uit voor het bruiloftsfeest van zijn vriend. Vanavond is dag drie van het vijfdaagse feest. Zo geschiedt. Na het eten lopen we naar het ouderlijk huis van de bruidegom. Hij stuurt ons meteen enthousiast naar de dansvloer. Daar zwieren we de rest van de avond uitgelaten en opgelaten.
Dag 3: de Korab-top bedwingen, afkoelen en opladen
Dag drie staat voor de deur, de letterlijke topdag van de reis. We strijden samen omhoog naar de top van de Korabi. 1.475 meter omhoog en 1.475 meter omlaag. Grote schaduwvelden geven contrast aan de omliggende bergen. De rustige ruis van de wind bevestigt de verlatenheid in dit gebied. Af en toe draagt het de verre klanken van schapenbellen met zich mee. Verder is er niks en klinkt er niks.
De Korabi (2.674 m) is het grenspunt met Noord-Macedonië en Mirjeta, die dit seizoen voor de derde keer op de top komt, heeft een Albanese vlag mee. De mannen tillen haar omhoog, zodat ze de vlag kan bevestigen aan de mast. “I wonder how long it will be here this time. Every time when I come here, it’s gone,” zegt ze. De vlag wappert trots terwijl wij (in willekeurige volgorde) broodjes eten, selfies maken en rondlopen op de top.
Euforisch snellen we naar beneden. Onderweg rusten we uit in het hoge gras en koelen we onze voeten af in de beekjes. Als we terug zijn in Radomirë, koelen we even helemaal af bij een dammetje in de rivier. Mijn telefoon ligt ondertussen aan de lader op het balkon, de enige plek waar mijn kamer een stopcontact biedt. Zo is alles en iedereen opgeladen voordat het avondeten en de zonsondergang geserveerd worden in de tuin.
Dag 4: Oneindige graslanden onder een oneindige sterrenhemel
Tegen half negen stappen we verder naar het zuiden, op naar Grama. Onderweg is er een stuwmeer waarin we kunnen afkoelen. Daarna vervolgt de route zich meteen weer steil omhoog over de graslanden en binnen vijf minuten is iedereen alweer toe aan een duik in het meer.
Het is het allemaal waard, want aan het einde van de klim lonkt onze eindbestemming: een vijftal herdershutten, verscholen in een groene vallei. Vannacht slapen we tussen de schapen. Mirjeta en ik maken het avondeten van soep, salade en pasta klaar, terwijl de schapen naar ons afdalen en de groep omhoogklautert naar de toppen om ons heen.

Na een stralende dag in de glooiende graslanden en een koele duik in het meer, schuift de zon nu steeds dichter naar de ruige pieken om ons heen. Alles kleurt oranje, bijna rood, terwijl een paar herders de schapen melken. Het vuur en de sterrenhemel wachten. Deze diepe vallei voelt oneindig.


Dag 5: Straffe koffies en stevige knuffels in Rabdisht
Terwijl de schapen op de achtergrond gemolken worden, schotelen Mirjeta en ik iedereen een sterke bak koffie voor. We zien de lange schaduwvelden korter worden onder de opkomende zon, laten de paarden opzadelen met onze tassen en zadelen dan onszelf op met weer een wandeling. Die brengt ons verder in de oneindige graslanden en over hoge bergpassen.

Aan het einde wacht ons een koude limonade van Sabriu en Festa in de boomgaard van hun gerenoveerde boerderij in het dorpje Rabdisht. Na alle stilte onderweg klinkt nu het rumoer van leven in de smalle keienstraatjes van het dorp.

Mannen zitten er gehurkt tegen de muren van hun huizen, al dan niet (vooral wel) met sigaret in de hand. Ze kletsen wat, kijken rustig rond. Kinderen rennen om wie het hardst kan. En bij een van de huizen verschijnt telkens een arm met een tas vol boodschappen uit een raam zodra er iemand langsloopt en erop klopt.

Morgen bewegen we verder naar de bewoonde wereld toe; terug naar de gemoedelijke hoofdstad die gonst van levendigheid en optimisme. Vanavond genieten we eerst nog van het met lokale producten gemaakte avondmaal dat Sabriu en Festa voor ons klaarmaken in hun open keuken. Een laatste stevige knuffel van gastvrijheid.
Dag 6: laatste wandeling en op naar Tirana

Na een laatste wandeling in de bergen rijden we naar de hoofdstad Tirana. Hier ademt alles een combinatie van Oosterse en Mediterrane gemoedelijkheid in een stad die bestaat uit communistische grijze, beige of zachtgele flats, enkele Ottomaanse gebouwen, wat Italiaanse stijlgebouwen en moderne torens. Een warmkleurende zon geeft sfeerverlichting; palmbomen dienen als garnering van het straatbeeld. Er is een mix van tijdsgeest en cultuur die alleen Albanees eigen kan zijn.





